Straotlaauwe
28 sep
Ook op internet heb je gevers en nemers. Ik ben een nemer. Ik geef niet zo veel. Wel ben ik, op Facebook, een fervent ‘vind-ik-leuk-er’. Zo toon ik mijn interesse, zonder direct diep op het bericht in te gaan of een snedige opmerking hoef te verzinnen. Dat niet iedereen weet wat wel en wat niet interessant is, blijkt helaas uit de vele statusupdates die wat mij betreft meteen door de digitale shredder heen mogen.
Want waar bij sommige mensen die drang vandaan komt, is mij een raadsel. Het zal een sociaal-emotionele oorzaak hebben. Wanneer iemand op Facebook met mij deelt dat hij op dat moment ‘incheckt’ op het Centraal Station van Lutjebroek, kan ik daar namelijk niet zo veel mee. Die drang van mensen om letterlijk alles met elkaar te delen is daarom niet aan mij besteed. Zo nu en dan een statusupdate is prima, maar dat je vanochtend wakker werd met hoofdpijn en wel twee Advils hebt ingenomen interesseert me dan weer geen reet. Of berichten met niet meer dan een ‘Kut!’ of ‘Bleeeghh’, hopende daar tientallen reacties mee uit te lokken, is in mijn ogen slechts een wanhopige kreet om aandacht. Het zijn de Heleen van Royens onder ons. De mensen die graag naaktfoto’s van zichzelf op Twitter posten. Geen zin in? Abonnement opzeggen dan maar.
Het is dat stukje privacy op internet waar je zelf invloed op hebt. Hoewel je complete surfgedrag wordt bijgehouden door Google, Facebook, Twitter, de AIVD, het Witte Huis, Interpol, de FBI en de CIA, kun je zelf besluiten wel of niet te delen of je op vakantie gaat, dat je je zus al lang niet meer hebt gesproken of dat je een geweldige nacht aan het beleven bent.
Noem me hypocriet, met mijn Facebook, Twitter en LinkedIn-accounts, maar het is gewoon een kwestie van interesse. Want ik ben dan wel weer iemand die, zeker toen ik vorig jaar op huizenjacht was, kan genieten van het bekijken van interieurs van mensen op Funda. Dat iemand in Tilburg een woning aanbiedt op Funda voor € 159.000, terwijl het smerige huis wordt bevolkt door 24 katten (die allemaal op de foto staan), er in de badkamer vol vlekken een badkuip staat in de vorm van een walvis (!) en de eigenaar van het huis blijkbaar fervent verzamelaar is van vingerhoedjes, is natuurlijk geweldig om te zien.
Waar je dan weer helemaal niets aan kunt doen, is Streetview van Google. Voordat ik het enige tijd geleden ontdekte, hoorde ik de spannende verhalen. Over mensen die via Streetview waren betrapt op een slippertje, naakte vrouwen, inbrekers die op heterdaad betrapt werden, spectaculaire achtervolgingen op de snelweg, gebouwen in de fik, pubers die hun eerste zoen vereeuwigd zagen op de dienst van Google. Lekker mensen bespioneren vanuit je luie stoel. Voor mij reden om ook de Streetview van Tilburg eens te bekijken. Eens kijken wat voor schunnige taferelen zich in onze eigen stad afspelen.
Valt dat even vies tegen. Geen spektakel te bekennen. Tilburg blijkt voor Streetviewbegrippen een belachelijk saaie stad. Ja, een verkeerd geparkeerde auto in de Dionisius Koolenlaan. Iemand die een rookpauze op de hoek van de Clercxstraat. We komen te weten dat de bewoner van Ringbaan Oost 391, gezien de waslijn die buiten op één hoog hangt, een voorkeur heeft voor blauwe kleding. Dat er in de Goudenregenstraat een liefhebber van Laven woont. Dat er mensen op de Spoorlaan door het rode stoplicht lopen. Dat Garagebedrijf Ron in de Zuidoosterstraat regelmatig zijn ramen laat wassen. Dat inwoners van de Generaal Smutslaan houden van Grote Bloembakken in hun voortuin, die in de Tafelbergstraat van grote beelden, dat aan de Ridderstraat 41 Vince en Dorris zijn geboren en dat ze in de Maaslandstraat niet van tuinieren houden. Maar ja, dat kan ik ook gewoon zien als ik er met mijn fiets langs rijd.
Misschien saai, maar loslopende moordenaars, inferno’s, op heterdaad betrapte inbrekers, met messen zwaaiende gekken, levensgevaarlijke achtervolgingen; het is op de Streetviewfoto’s van Tilburg nergens te bekennen.
Vind ik leuk.
Vermiste Happy Meal
12 sep
Mocht u nog nooit de film March of the Penguins hebben gezien, dan kan ik aanraden deze, bij voorkeur vanavond nog, in huis te halen. Zeker met de kennis van nu. De keizerpinguïns die in deze documentaire de hoofdrol spelen ondergaan op de Zuidpool maanden van pijn in de snijdende kou van het poolklimaat. Daar broeden de mannen op de eieren, terwijl de vrouwen door weer en wind, met gevaar voor eigen leven, honderden kilometers verderop op zoek gaan naar voedsel. Dat voedsel moeten ze terugbrengen naar hun kuiken en partner. Uiteraard ligt er nog allerlei gevaar op de loer, zoals hongerige orka’s of andere enthousiaste roofdieren. Het leven van een keizerspinguïn op de Zuidpool is een hel, in een klimaat waarin alleen de allerbeste overleven. Doorzettingsvermogen is de sleutel.
Nee, dan Happy Feet. Wat een belediging voor zijn soort is dat. De amateur spoelde in juni aan op een strand in Nieuw-Zeeland, duizenden kilometers van zijn thuis op de Zuidpool. Verkeerde afslag genomen. Op het strand kreeg de luie vogel een zonnesteek en wat deed het? Hij wilde niet terugzwemmen, op zoek naar zijn soortgenoten. Hij ging niet op zoek naar vis. Nee, hij begon ter plekke zand te eten, in de veronderstelling dat het sneeuw was. Dan ben je toch niet het meest intelligente wezen op aarde, als je het mij vraagt. Ik zou na een hap toch wel door hebben dat ik zandkorrels tussen mijn snavel aan het vermalen ben, in plaats van koude sneeuw. Een beetje ontwikkeld dier handelt op instinct. Maar Happy Feet niet, hoor. Die vreet eerst kilo’s zand, wachtend op het strand tot er een dierenarts bij komt die het er allemaal wel weer uit haalt. Want zo lui is hij dan ook wel weer.
Vertederend keek de hele wereld deze zomer, van Libië tot Londen, naar het herstel van Happy Feet. Met veel gevoel voor media-aandacht waggelde hij nog wat over dat strand, verveeld schopte hij nog eens tegen een argeloos weggegooid blikje. Na vijf operaties en anderhalve maand uitrusten in een Nieuw-Zeelandse dierentuin, was meneer genoeg hersteld om naar huis te gaan. 11.000 euro kostte het avontuur. Daar geloven zijn vrienden op de Zuidpool, die momenteel in de barre kou op hun ei zitten te broeden, natuurlijk helemaal geen zak van als hij dat vertelt bij thuiskomst.
Maar naar huis gaan. Daar had hij dus helemaal geen zin in. Daar stond ie dan, met z’n platte poten. Hij keek nog even vragend rond naar de aanwezige cameramensen. De verzorgers moesten hem letterlijk een duwtje geven voordat hij het water in dook. Voordat hij werd vrijgelaten in het water, bevestigden de Nieuw-Zeelanders aan zijn poot en GPS-zendertje, die elke drie minuten een signaal af zou geven.
En nu heeft het ding dus al dagen geen signaal afgegeven. De kans is natuurlijk groot dat het wereldberoemde beest is opgegeten door een roofdier, want roofdieren interesseert het natuurlijk dan weer geen reet of een pinguïn wel of niet beroemd is. Weg 11.000 euro. De vogel was waarschijnlijk te lui om terug naar huis te zwemmen. Een beetje rond dobberen in de oceaan, geen enkele aanstalte makend om terug te keren naar zijn soortgenoten op de Zuidpool.
Stiekem hoopte hij dat hij weer aan zou spoelen in Nieuw Zeeland, een hap zand kon nemen en voor altijd in een Nieuw-Zeelandse dierentuin mocht blijven. Daar hoort hij misschien ook wel thuis.
Ik zou bijna kunnen stellen dat sommige dieren al die aandacht simpelweg niet verdienen. Pinguïns zijn stoer, Happy Feet is dat niet. Andere voorbeelden zijn bultrugwalvissen die om de haverklap aanspoelen op het strand. ‘Blijf dan toch uit de buurt van de kust!’, wil je het rottende karkas bijna toeschreeuwen. Hetzelfde geldt overigens voor de Korenwolf, die alleen op lijkt te duiken bij plekken waar nieuwbouwprojecten moeten komen. Dit beest wordt door overenthousiaste natuurbeschermers willens en wetens beschermd, terwijl het laffe diertje als het aan hem ligt gewoon de weg oversteekt zonder naar rechts te kijken of zichzelf opwerpt als prooi voor een overenthousiaste spin. Terwijl de geitenwollensokken gewapend met megafoons en zwaaiend met bossen prei de bulldozers uit alle macht tegen proberen te houden. Soms moet je de natuur gewoon haar gang laten gaan, denk ik dan.
Maar het kan natuurlijk ook zomaar zijn dat Happy Feet inderdaad een vrolijke pinguïn was. Een pinguïn die als missie had om de Nieuw-Zeelanders te verblijden met zijn komst. Die liet zien, door het eten van zand, dat hij de moed niet opgaf. ‘Kop op!’ zei hij tegen de Kiwi’s. Een echte rasoptimist, die Happy Feet. Voor de Nieuw-Zeelanders was het leuk. Zij konden, na de verwoestende aardbeving van afgelopen februari, immers wel wat gezellig nieuws gebruiken. Mensen zoeken op zo’n moment misschien houvast aan alles. Zoals een pinguïn.
Als dat zo is, is er een held overleden. Maar waarschijnlijk is Happy Feet bruut verscheurd door een Orka. Misschien is hij wel verzopen of vergeten adem te halen. Weten wij veel. Ik vind het vooral erg zielig voor die mensen uit Nieuw-Zeeland.
Want zij weten ook hoe wreed de natuur kan zijn.
Frank van Bergen
The Joshua Tree
6 sep
Muisstil was het. Op dezelfde plek die de Simple Minds, Snoop Dogg, Muse, Queens of the Stone Age, Armin van Buuren, Moby, Golden Earring, Krezip, Within Temptation, Robbie Williams en Faithless ooit op zijn grondvesten deden schudden, kon je minutenlang een speld horen vallen. Daar was hij dan, bijgestaan door zijn grote liefde, in de concertzaal die hij het meest liefhad. De zaal die hij maakte tot wat het nu is; een popcentrum dat in Nederland zijn gelijke niet kent. Een poppodium dat, zoals het zelf zegt op de website,‘de wind in de zeilen heeft.’
Het is het testament van een man die vele Tilburgers uit de culturele wereld heeft geraakt, of heeft geïnspireerd. Want hoe kritisch hij ook kon zijn, hij was kritisch op de meest positieve manier waarvoor zelfs de grootste zwartkijker waardering moest hebben. Het is misschien wel daarom dat hij, sinds zijn aantreden als directeur van 013, zijn 013 kon uitbouwen tot wat het nu is.
Hij ging op vakantie, met zijn grote liefde. Joshua Tree National Park in Californië werd een belangrijk onderdeel van hun reis. Het was de plek waar Anton Corbijn zijn befaamde albumhoes voor U2’s Joshua Tree fotografeerde. Als fervent muziekliefhebber wilde hij er ook een kijkje gaan nemen.
Om dezelfde reden heb ik enkele jaren geleden het Joshua Tree Nationaal Park ook doorkruist. Ik kocht er een zakje met zaadjes, zodat ik bij thuiskomst mijn eigen Joshua Tree zou kunnen laten groeien. Ik heb het nooit gedaan. Het zakje bleef in de kast liggen.
Hij wilde deze plek ook graag bezoeken en zo geschiedde. Het zou de laatste plek zijn die Guus van Hove en Helena Nullett zouden zien. Op 22 augustus kwamen ze er om het leven. Dat ze omringd waren door Joshua Trees, is misschien ook wel tekenend. De woestijnboom is een snelle groeier en put kracht uit zijn omgeving, laat zijn wortels diep onder de grond uitwaaieren om zo aan voedsel te komen en de hoogte in te groeien.
Wanneer ik een bomvol 013 zie, zoals tijdens de herdenkingsdienst van Guus van Hove, kan ik niet anders dan een vergelijking maken met een Joshua Tree. De verhalen die ik hoor, van de mensen met wie hij intens samenwerkte, de mensen die hem het allerbeste kenden, versterken dat gevoel alleen maar. Guus zijn wortels gingen diep, waaierden uit door de hele stad en bracht talloze mensen bij elkaar. Hij verbond mensen. Hij zorgde ervoor dat 013 groeide en nog jaren mee kan doen als poptempel van het Zuiden.
Tijdens de herdenking worden nummers van Cristina Branco en Adèle ten gehore gebracht. En toch, wanneer Guus en Helena door een erehaag van honderden mensen worden uitgeleid, een staande ovatie krijgen en de auto’s langzaam wegrijden, zoemt dat ene lied door mijn hoofd. Dat ene lied, van U2’s The Joshua Tree, met die woorden:
Midnight – our sons and daughters
Were cut down and taken from us
Hear their heartbeat
We hear their heartbeat
En inderdaad. Wanneer binnenkort Incubate weer te zien is in 013. Wanneer de stampende beats van Euphoria uitgestort worden over de Dommelsch Zaal. Wanneer het gitaarwerk van Within Temptation terugkeert op het podium. Wanneer Billy the Klit, Rowwen Hèze, De Dijk, Destine, Roosbeef, Racoon en de Popronde Brabants enige echte poptempel opzoeken, wanneer 013 week in,week uit, jaar in en jaar uit, op z’n kop wordt gezet door muziekliefhebbers uit alle windstreken. Dan voel je het. Dan hoor je het. Dan kun je zeggen We Hear his heartbeat. En daar hoeft het niet muisstil voor te zijn.
Ik heb vanochtend eindelijk de zaadjes van mijn Joshua Tree geplant.
Frank van Bergen

Gepubliceerd in Magazine De T, oktober 2011

















Recente reacties